Permalink

Platenmaatschappij zette Gangsta Rap in om privé-gevangenissen vol te krijgen

rap dog

Gisteren publiceerde Wax Poetics een van de vreemdste verhalen over de muziekindustrie die ik ooit las. Via een anonieme email die niet alleen naar Wax Poetics maar ook naar andere muziekjournalisten was verstuurd, kwam dit naar buiten. De persoon koos voor anonimiteit om zijn eigen veiligheid en die van andere te garanderen.

Een verhaal over hoe een bekende platenmaatschappij Gangsta Rap begon in te zetten om zo de privé-gevangenissen vol te krijgen waarin zij geïnvesteerd had. Lees dat verhaal op Wax Poetics →

(foto onder Creative Commons BY: ewe neon)

Permalink

Het intro dat pianist Bill Evans hier neerzet is onwaarschijnlijk mooi. En waarschijnlijk is het nog grotendeels geïmproviseerd ook. Bill speelde bijna nooit een melodie exact na. Hetzelfde deed hij met de harmonie. Bill speelde navenant zijn gevoel het telkens weer ietsje anders. Zoals jazz moet zijn; geïmproviseerde muziek.

Wie denkt dat musiceren eenvoudig is heeft het mis. Het is oefenen, oefenen, oefenen en dan maar hopen dat naar jaren er iets in je systeem gaan zitten zodat je zoveel mogelijk vanuit je onderbewuste kunt spelen. Dat is precies ook wat we hier horen. Het is razend knap, maar wat je hoort is gevoel. Puur gevoel. En zo breekbaar.

Permalink

In deze video komen beeld en geluid op een prachtige manier samen. De muzikale elementen bestaan slechts uit ritme en hier en daar wat dissonante harmonie, maar het grootste effect heeft het sound design in deze productie.

Vaak is audio een sluitpost en wordt het pas gemaakt wanneer de beelden klaar zijn. Het kan best zijn dat dat proces in deze productie precies is omgedraaid. Zeker weten doe ik dat niet. Hoe dan ook, beeld en geluid vallen hier naadloos samen.

Een prachtig voorbeeld dat een onderdeel was van LEV (Visual Electronics Lab) Festival. Zie ook de website van de organisatoren van dit Spaanse festival Laboral.

Permalink

Green Gartside en muziek die niet voor zichzelf spreekt

The Beatles gingen uit elkaar toen ik 2 was. En in de hoogtijdagen van de punk verkeerde ik nog in de *mierenhopen in brand steekt* fase.  Laat staan dat ik de bebop heb zien ontstaan of de eerste man op de maan heb zien landen. Kortom: zo’n ouwe lul ben ik eigenlijk nog niet.

Wat ik wel mee heb gekregen is Scritti Politti, een revolutionaire popband die het idioom van de popmuziek opnieuw uitvond via nieuwe productiemethoden met drummachines en synthesizers. Echte popliedjes met zoetheid in de teksten (lees: gebruik van woorden als love, baby, girl) vermengt met poëzie en citaten uit de filosofie.

In die jaren ’80 was de muziekindustrie behoorlijk verziekt aan het raken. MTV bood nieuwe middelen om bands te promoten en de industrie veranderde steeds meer in een keiharde industrie waarin het nog slechts om marketing ging. Menig manager hield zich alleen nog maar bezig met het geld, niet met de artistieke prestaties. Green, de zanger en liedjesschrijver van Scritti, voelde zich in die industrie totaal niet op zijn plek. Zelden was er interesse om over het artistieke proces te praten. Het privé-leven van de popmusicus en andersoortige bijzaken werd door menig popjournalist als interessanter en belangrijker beschouwd dan de muziek zelf. Green sprak liever over politiek en filosofie en het belang van popmuziek daarin.

The music speaks for itself

Dit is vaak het antwoord van een musicus die juist niet inhoudelijk over muziek wil spreken. Totale onzin natuurlijk want waar moet zo’n iemand het dan over hebben? Over zijn nieuwe broek? Zijn nieuwe schoenen? En of ‘ie prettig getrouwd is?

Green stortte diverse malen in, werd letterlijk ziek van de muziekwereld, kreeg angstaanvallen en trok zich uiteindelijk geheel terug. Tot ik Green in het jaar 1999 met een nieuw album in The Guardian aantrof. Dat album, het geweldige Anomie & Bonhomie, luidde voor mij de nieuwe eeuw in. Een paar jaar later ontmoette ik de man zelf in London en Amsterdam en sprak met hem onder andere over zijn samenwerking met Miles Davis.

En nu is er die video met een nieuwe Green die geïnterviewd wordt door Mark Fisher. Een man die het vak van popjournalist zeker wel beheerst en Green opmerkelijk open zijn verhaal laat vertellen.